Wie vandaag langs de Grote Kerk in Breda loopt, hoort nieuwe melodieën uit de Grote Toren. Stadsbeiaardier Paul Maassen heeft het digitale speelwerk opnieuw verstoken en vier nieuwe melodieën geprogrammeerd. Elk kwartier klinkt een ander fragment over de Bredase binnenstad: van Brabantse renaissancemuziek tot een recente pophit.

Op het hele uur speelt het klokkenspel ‘Ik hoorde de klokjes luiden’ van Jacob Obrecht (1457-1505). Deze Brabantse componist werkte onder meer in Bergen op Zoom. Zijn muziek past bij de vroegste periode van de Bredase beiaardcultuur: Thomas den Beyaert, vanaf 1526 de eerste stadsbeiaardier van Breda, kan zijn repertoire goed hebben gekend.

Om kwart over klinkt ‘Andante’ van Joseph-Hector Fiocco (1703-1741). Fiocco’s muziek was in de 18e eeuw populair op beiaarden in de Nederlanden. Zijn werk staat onder meer in het beiaardboek van Johan de Gruytters, stadsbeiaardier van Antwerpen rond 1750. Dat handschrift met de ‘hitjes’ van toen is bewaard gebleven en inspireert beiaardiers nog altijd.

Op het halve uur speelt het klokkenspel een fragment uit het Pianokwintet opus 44 van Robert Schumann (1810-1856). Deze compositie klonk al eerder op de Bredase trommel en was een van de favoriete werken van de vorige stadsbeiaardier, Jacques Maassen.

Om kwart voor klinkt ‘Als het avond is’ van Suzan & Freek. Daarmee laat de beiaard horen dat het klokkenspel niet alleen teruggrijpt op traditie, maar ook muziek van nu naar de stad brengt. Zoals Johan de Gruytters in de 18e eeuw populaire melodieën vastlegde, zetten beiaardiers vandaag eigentijdse muziek op het speelwerk.

De nieuwe melodieën zijn vanaf vandaag ieder kwartier te horen vanaf de grote toren van de Grote Kerk in Breda.

Met deze nieuwe melodieën geeft Breda alvast een voorproefje van een bijzonder jubileum: 500 jaar beiaardcultuur in de stad. Na de zomer viert Breda uitgebreid dat de stad sinds 1526 een eigen stadsbeiaardier heeft.